Interview
Laatst werd ik gebeld door Maarten W. Hij was op het eiland, had
mijn boek(en) gelezen en wilde wat vragen. Ondanks het laatste
hoofdstuk van je eerste deel, zei hij er bij.
Dan is het goed, zei ik.
Hij kwam een uur
later dan was afgesproken. Vloekend tuimelde hij uit de
zwaargedeukte huurauto. Die zaten er al in, zei hij, wijzend op
de deuken. Wat een kermis hier op de weg! Waarom woon je hier,
moet je dat eind iedere dag rijden?
Welkom! Zeggen ze
allemaal, zei ik, maar als je een beetje op de uren let, is het
heel rustig op de weg. Op Banda Riba klagen ze over de
spitsfiles, hier heb je die niet.
Nee, zei Maarten
heftig, hier heb je alleen maniakken.
Hij wenste eerst
een rondleiding over mijn hectare mondi.
Wat ga je in
godsnaam doen met die rotstekels! Wat je natuur noemt!
Er staat ook
Appeldam, Kibra Hacha, Brasilia, Carawara, Wayaca, Indju,
Chimaruku.
Maar de meeste bomen hier zijn wabi's, die zijn niet uit te
roeien, heb ik begrepen.
Ik knip de onderste takken af en dan krijg je op den duur
zo'n mooie parasolvorm. Heerlijke schaduw en toch de wind door
de takken.
Jij je lol, zei hij. Maar nu je geschrijf. Waarom?
Waarom wat, vroeg
ik.
Waarom het
verhaal, de drie boeken. Wat bezielt je opeens?
Dank je. Het was
een belofte aan mijn dochter. Ze vroeg me om speelgoed van
vroeger en daar hoort het verhaal bij. Zo is het gekomen.
Vertel je het aan
je dochter?
Nee, ik vertel
het verhaal. Voor ieder die het lezen wil. Ik schreef het omdat
ik het haar beloofd heb, maar toen kennissen het manuscript
lazen, toen kwam er steeds de vraag: waarom alleen voor je
dochter? Vandaar.
Is het allemaal
autobiografisch? Wat is verzonnen?
Ik meen dat alles
autiobio is, want het komt uit je eigen hoofd, met eigen
gevoelens en ervaringen, ook al heb je ze alleen in gedachten
beleefd. Die kan je aan de personages toedichten. De vraag is
ben je autobio door wat je handelt, of ben je ook die je voelt,
verzint? Ik vind door beide.
Laten we
afspreken dat ik de vragen stel.
Goed, Maarten.
Maar dan moet jij ook schrijven dat je mij bezoekt, dat je
onderweg driekeer de berm in moest duiken om niet door een
aanstormende maniak doodgereden te worden, en dat je, bij mijn
huisje aangekomen, het hek niet kon openen.
En dat een
scherpe stekel van een wabi zich door de zool van mijn slipper
boorde, zei Maarten. God, wat een oord! Je weet wat ik bedoel
met autobiografisch. Kom op, vertel.
Dat is geen
vraag.
De kinderen die
het spel spelen; ben jij Wil?
Ja.
En de jongen, was
hij er?
Moeilijk te
beantwoorden. Ja, ik had een speelkameraadje. Iets ouder dan ik.
De dans en ook de erotiek werd ingebracht. Ikzelf was
romantisch, dromen over mooie verre landen, met veel ruimte om
zomaar te gaan.
Te gaan?
Ja, te gaan.
Zoals de personages van Karl May. Die hadden een vage reden
nodig om van hier naar daar te trekken, maar eigenlijk waren ze
de voorlopers van route 66, Kerouack, on the road, vrijheid.
Had je enig idee
waarheen je wilde? Hoe oud was je?
We speelden het
spel tussen mijn negende en dertiende jaar. Amerika, dat wil
zeggen, de Verenigde Staten van Amerika, was het land van mijn
dromen. Vooral het Zuidwesten, de woestijn en de bossen en
meren. Zoals Arizona.
Hoe wist je ..?
We hadden
abonnementen op de Saturday Evening Post, de Mc Call's, en de
Readers Digest. Een cadeautje van mensen die door mijn ouders in
de oorlog geholpen waren. Vooral het eerste blad stond vol met
tekeningen van prachtige landschappen.
De wereld van de
Marlboro man.
Juist. Geen
wonder dat ons verhaal zich daar afspeelde.
Vind je het leuk
dat je verhaal gepubliceerd wordt?
Maakt me niet uit
eigenlijk. Ik ben blij dat ik het geschreven heb.
Waarom drie
delen?
Ik wilde eerste
een dikke pil, van zeshonderd pagina's of zo. Om aan te geven
dat een dergelijk verhaal niet eindigt. Het verzinnen kan altijd
doorgaan. Noem het dagdromen. Hoeveel mensen hebben niet een
fantasiepersoon, een tweede wereld, waarin ze wegdromen van de
werkelijkheid? Die kan een levenlang meegaan en sterven met de
dromer.
Jouw personages
willen niet sterven, jij geeft ze door aan je kinderen.
Ha ha, je hebt
alle drie delen gelezen! De personages geef ik wel door, maar
mijn verhaal is niet het hunne. Ik weet niet of mijn kinderen
dagdromen of een tweede wereld fantaseren.
Voel je je nu
schrijfster?
Nee, helemaal
niet. Ik heb dit verhaal geschreven omdat ik het beloofde, maar
schrijven, schrijver zijn, dat is een vak. Dat is andere koek.
Ik doe veel andere dingen. Maar de mensen op het eiland zeggen
het er tegenwoordig wel bij: zij schrijft.
Wie is jouw
lievelingsschrijver?
Amos Oz en
Margaret Atwood vind ik heel goed. Lezen over taal,
schrijven en over literatuur is eigenlijk mijn liefhebberij, en
poëzie.
Schrijf je wel
eens een gedicht?
Nee, daar waag ik
me niet aan. Dat is voor de beroeps.
Ik vind dat je
heel goed schrijft, terwijl je geen ervaring hebt in meer dan
korte verhalen schrijven. Het leest prettig, vraagt soms om wat
meer aandacht. Wat er plaats vindt in je verzonnen wereld is
niet opzienbarend, maar vaak wel verrassend. Het is wel allemaal
lief. Het leed van de hoofdpersonen is in hun verleden geschied.
Had het niet een beetje brutaler gekund?
Wij hadden al
genoeg ellende beleefd. De oorlog was net voorbij, de situatie
bij ons thuis was kil, vijandig. Wij wilden ons verliezen in een
wereld waar mensen wel iets om elkaar geven, met elkaar leuke
dingen beleven. Ja, onze personages hadden hun leed achter de
rug. Daar moesten ze mee leven. Zij zochten net als wij, naar
warmte. Aan ruzies, asociaal gedrag, misdaad of nieuwe rampen
dachten we niet. Dat schijnt erg in trek te zijn, tegenwoordig.
Bestselling. Hoe
gaat het met jouw verkoop?
Op het eiland
zijn de boekjes zeer in trek. Ik heb er steeds te weinig. Het is
een eiland met weinig lezers. De officiële lezersmarkt bedraagt
vijfhonderd. Als ik daarvan tien procent bedien, dan is dat
mooi, maar ik ga dat cijfer ruim voorbij. De enige boekwinkel hier wil ze graag. Ik laat ze
meebrengen door mensen die hierheen komen, want verzenden is te
kostbaar. Dank overigens voor de vier boekjes die jij me bracht.
Van Nederlanders die geïnteresseerd zijn merk ik dat ze
verwachten de boekjes in de boekhandel te vinden, maar daar
liggen ze niet. Kopen kan alleen met bestellen via de boekhandel
of Bol.com of de uitgever.
Had je niet
liever een grote uitgever gehad? Ik denk dat met wat meer
bekendheid, jouw verhalen heel veel mensen kunnen bekoren.
Over uitgeven kan
ik je een heel verhaal vertellen, maar dat blijft dan sub rosa.
Nee, het digitaal uitgeven heeft niet veel om het lijf. Ik geloof
niet dat er veel gedaan wordt om verkoop te stimuleren. Maar
ach, ik heb geen winkel.
Iedereen wil
weten hoe je dochter je boeken vindt, dus ik vraag het je.
Vraag het haar.
Zij is heel tevreden.
Dat zal ik doen.
Heb je al reacties van lezers?
Oh ja. De meesten
zijn zeer positief, maar wat een lezer vindt van mijn geschrijf?
Wat moet ik daarmee? Ik heb het verhaal niet in de eerste plaats
geschreven om lezers te bekoren, zoals jij het noemt. Maar als
mensen er plezier aan beleven, dan is dat prettig. Een steek
onder water hè, dat bekoren?
Ik stel de
vragen. Het is duidelijk dat jullie ervan droomden zo te zijn
als jullie hoofdpersonen. Heb je het idee dat kinderen van nu
nog zulke dromen hebben?
Er is iemand die
het verhaal in het Duits wil vertalen. Zij vindt het prachtig en
denkt dat veel mensen een soortgelijke droomwereld kennen.
Iemand uit de Verenigde Staten zei hetzelfde. Ik denk dat het
heel cultuurgevoelig is, wat kinderen zich dromen.
Nederland?
Ik weet het niet.
Ik ben te lang weg. Wat ik in de kranten en op het net ervaar is
hardheid, doorgedraafde assertiviteit, onzorgvuldigheid,
lolbroekerij, grofheid en leedvermaak. Wel, misschien dat
daardoor juist kinderen zich weer een wereld met liefde en
plezier gaan verzinnen.
Onzorgvuldigheid?
Ja, men kraait
maar wat, heeft het niet over de zaak maar speelt op de man. En
dan stikt het nog eens van de taalfouten, oftewel fouten in
uitdrukken. Er stond een vreselijk kromme zin vanochtend in het
AD.
Ben je tevreden
over je trilogie?
Mm. Ik ben
tevreden over het schrijven. Dat ik het karwei geklaard heb. Het
had beter gekund als ik meer tijd had gehad, maar ja,
hoelang heb je? Ik heb er twee jaar aan gewerkt. Het moet wel
goed, maar het hoeft niet professioneel. Dat zou, denk ik,
afbreuk doen aan de spontaniteit. Het is niet meer dan een kind
verzinnen kan.
Dank je, Wil.
Ha ha!
---------------------------------------------
Maarten is blijven slapen.
Hij durfde de tocht naar Banda Riba niet aan. Hij houdt Banda Bou ook voor
gezien, want tijdens een wandelingetje door de mondi, ontmoette hij ons
enorme zwijn, dat de gewoonte heeft van schrik met vier poten tegelijk
omhoog te springen.
Ons huisje heet met trots:
Porko Bulante!