|
Indianen Verhaal
|
|
|
|
 |
 |
 |
|
Stemmen uit de prehistorie. Mesa Verde Colorado (USA) -
Tekeningen:Femia Cools
|
Een feestdag
“Oh, hallo, ben jij het?" Een zwaarlijvige vrouw komt achter het huisje
vandaan. Ze draagt een gescheurd en vuil T-shirt en een broek met afgeknipte
pijpen. Haar blote voeten in kapotte schoenen. "Maria zei al dat je komen
zou. Zet je auto maar dichtbij, dan kunnen we zó inladen."
Maria, een oude Hopivrouw, heeft me gevraagd terug te komen om op zaterdag
de dansen bij te wonen. Haar zoon is de hoofddanser van de Kivagroep die op
deze feestdag de dansen uitvoert. Als oudste moeder van de familie is zij
sponsor van het feest. Dagen van te voren wordt er eten bereid, brood
gebakken, de familie afgebeld om boodschappen te halen. Alle vrouwelijke
familieleden worden ingeschakeld en zij hollen af en aan met grote
welgevulde dozen en zakken. Verbazingwekkend is het hoe snel de omvangrijke
vrouwen zich bewegen. Ze sjouwen met pannen en teilen, halen stukken hout en
zijn tot diep in de nacht bezig om alles op tijd klaar te krijgen. Vrouwen,
meisjes en jongens lopen elkaar voor de voeten.
De mannen zijn ergens anders bezig met de voorbereidingen. Soms komt een
zoon of neef binnenstappen en doet een mededeling. De oude vrouwen
luisteren, knikken en gaan mompelend voort met hun werk. Op deze manier
wordt er door alle betrokkenen meegeholpen en contact gehouden. Voor een
boodschap van enkele woorden, komt men van mijlen ver. Even wordt er wat
gezegd en daar gaat men weer. De roestende pick-up truck rammelt over een
hobbelige en stoffige zandweg. Een stofwolk is het enige spoor dat de
vluchtige bezoeker achterlaat. Het werk gaat door.
Over enkele uren is het zo ver. Dan moet alles klaar zijn en op de juiste
plek. Er is eten voor meer dan honderd mensen. Ik krijg een groot mes in
mijn hand geduwd en moet helpen een schaap te ontleden. Op een kleed op de
zanderige grond. Er staat een teil klaar om het beest hapklaar in de jus te
leggen. Heerlijke geuren hangen er. Eén van de dochters heeft taarten
gebakken. Voorzichtig zet ze de versierde baksels op elkaar, een laagje
papier er tussen. Maria bemoeit zich er mee. In rap Hopi keurt ze het
stapelen af en een kleinzoon moet op zoek gaan naar dienbladen. Uit alle
hoeken worden potten, pannen, schalen en planken te voorschijn gehaald. Als
een gerecht klaar is, wordt het in een pan gedaan. Het geheel wordt overdekt
met een doek en op een door Maria aan te wijzen plek in de kamer gezet. Het
blijkt dat al het eten naar bepaalde huizen boven op de mesa moet. Het
begrip On Indian Time is even vergeten. Want als alle gerechten gereed zijn,
verschijnen er plotseling grote aantallen familieleden met auto's. Precies
op tijd. Het eten wordt ingeladen. Ook mijn huurauto wordt gevuld. Er is
enige discussie. Het eten voor de Clowns mag niet in mijn auto. Het is
‘heilig’. Het huis waar zij verblijven mag ik niet kennen, laat staan
betreden. Ik krijg dus het eten voor de gasten in het huis van de familie
aan de plaza mee. Een gerimpelde oude vrouw, zeker een generatie ouder dan
Maria, zegt dat ze met mij wil meerijden. In de loop van de dag wordt het me
duidelijk dat zij op mij moet passen. Overal waar ik ben is zij ook; stil en
vriendelijk lachend. Zo vertrekken we in een stoet naar de mesatop. Een
Official - de prachtige bloe met gekleurde linten geeft aan dat hij vandaag
een functie heeft als bewaker van het feest - wil me eerst de andere kant op
sturen. Maar ik moet naar de plaza. Het oude vrouwtje, dat nauwelijks boven
het dashboard uitkomt, vraagt me het raam open te draaien. Een paar
zachtgesproken woorden doen de man opzij springen en met een somber gezicht
staart hij in de verte. Hij had me liever niet gezien. Ik parkeer de auto
tussen de Hopi trucks en als ik even later wil kijken of ik misschien iemand
in de weg sta, komt de oude vrouw me onmiddellijk achterna: "Laat maar
staan, het is goed zo. Kom maar weer binnen, dan gaan we eten. Zo doen wij
Hopi dat. We hebben feest en we kijken naar de dansen. Als we honger hebben,
gaan we naar binnen en nemen iets. Doe jij dat ook maar. Laat het je
smaken!" In het huisje is het donker. Alle pannen worden door vele handen
aangenomen en in de ruime kamer op tafels of op de grond gezet. Enkele oude
vrouwen zitten op stoelen zwijgend naar buiten te kijken. Ze knikken
vriendelijk naar me. "We hopen dat je honger hebt." Ik kijk door de
deuropening. De trommel is al te horen, de mensen zitten op stoelen rondom
het plein en op de daken, de dans zal zó beginnen.
Maria komt binnen. |
|
|
.JPG) |
 |
 |
|
|
|
|
|
Ze heet me welkom op de officiële Hopi manier - de twee handen bijeen,
waarin ze blaast, daarna werpt ze de adem naar mij - en zegt dat ik
met haar mee naar buiten moet gaan. "Heb je een stoel bij je?" Ik knik
en pak het visstoeltje dat ik altijd bij me heb wanneer ik de Pueblo's
bezoek. Maria gaat me voor. Haar eigen stoel staat vooraan. Aan beide
zijden van haar zitten heel oude vrouwen, de Moeders. Maria wil,
getrouw aan de traditie, dat ik mijn stoel vóór die van haar zet. Ik
aarzel. Maria is de sponsor, moeder van de hoofddanser. Ik wil niet
dat ik haar het zicht op de dansen ontneem. Ze kijkt naar de grond.
Dit is niet het moment voor een discussie, begrijp ik, ik moet gaan
zitten; met mijn stoeltje voor haar knieën. Zo zit ik, helemaal
vooraan. Ik zie dat er maar een paar andere blanken zijn; geen
toeristen, maar persoonlijke vrienden van een familie. Ik probeer me
zo klein mogelijk te maken. Ik voel me opvallend wit, gevangene van de
brandende zon, en de oude ogen in mijn rug, de blikken van alle mensen
op het plein. |
|
|
|
|
|