Dichten
over dichten,
maar schrijven over schrijven?
In Taal, nog Teken
schrijven de hoorfdpersonen hun eigen verhaal. Het is moeilijk
voor ze, want ze moeten hun gedachten ontcijferen; denken met
andermans hoofd.
|
|
|
| |
|
Ik tuurde tussen het
riet. Hier en daar zag ik vellen die nog niet helemaal nat
waren. Ze hingen in een spinnenweb of waren beklemd geraakt
tussen twee stengels.
Ik dacht, er moet nog iets te redden zijn, nam een stap naar
voren en viel voorover in het water. Mijn geopende mond liep
vol. Het water had een vieze smaak en zat vol zand. Ik hoestte
en spuwde. Ik sloeg met mijn armen in het rond. Door de wilde
beweging kwamen er wat vellen naar de oppervlakte drijven en ik
griste ze weg, bang dat het meer ze zou verslinden. Ik plukte
een paar papieren uit het riet en strompelde over de zachte
bodem naar de oever. Ik bekeek de papieren in mijn handen.
Sommige bevatten nog stukken tekst, andere waren gescheurd, vuil
en vol inktvlekken.
Ik zuchtte en keek uit over het meer. Daar dreef het verhaal.
Teleurgesteld liep ik terug. Het natte stapeltje hield ik met
twee handen vast. Ik was bang dat de papieren uit elkaar zouden
vallen. Waarom eigenlijk? Er was nauwelijks iets leesbaars bij.
Ik zocht in mijn herinnering wat ik eerder had opgeschreven.
Maar mijn geheugen liet me in de steek. Ik werd boos op mezelf
en ik was boos op Jennifer. Het was een heidens karwei geweest
haar verhaal te vertellen. Het moet ergens nog zitten, wist ik,
maar hoe kreeg ik het weer naar boven? Wilde ik het wel opnieuw
vertellen?
Thuis legde ik het troosteloze natte hoopje op de keukentafel,
keek met vermoeide ogen naar mijn bed, en zonder het zelf te
beseffen was het besluit voor mij door mij genomen om daar een
half uurtje te liggen.
Toen ik wakker werd, besloot ik verhaal te gaan halen bij de
hoofdpersoon. Wat dacht ze eigenlijk wel?
Tot mijn verrassing zat Jennifer aan haar bureau op me te
wachten.
Ze hoorde mijn geklaag aan.
Jouw verhaal, vroeg ze spottend, hoezo jouw verhaal? Ik wilde je
net vragen wat jij in ons verhaal doet. Ik heb je gevraagd ons
verhaal op te schrijven, maar nu ruim je voor jezelf een flinke
plaats in, je begint zelfs met Ik.
Ik heb je verhaal al een keer opgeschreven, zei ik, en ik voelde
een machteloze woede opkomen. Ik kon niet begrijpen waarom zij
er zo luchtig over deed. Dagen, nachten zelfs, had ik zitten
schrijven. Het had me verbaasd dat ik na vijftig jaren nog
zoveel wist op te roepen.
Ik hield de druipende papieren voor haar neus. Ik heb dus alles
voor niets gedaan, zei ik verontwaardigd. Is dit leuk? Waarom
schrijf je het niet zelf? Jij weet als geen ander hoe je leven
is. Als je wat ik schreef niet kon waarderen, waarom ben ik het
dan die het weer moet schrijven?
Dat zal ik je uitleggen, zei ze kortaf, maar niet nu.
Je vroeg mij je levensverhaal te vertellen, zei ik, maar dat kan
ik niet. Het manuscript dat ik je gaf bestond uit de
beschrijving van momenten.
Ze keek me quasi verbaasd aan. Ach ja, dat was waarom ik het
niet ..
Niet goed vond, onderbrak ik haar. Doe niet zo verbaasd, dat is
precies wat je me wilde uitleggen.
Nou, Wil, dat is een beetje te kort door de bocht. Ik vond dat
ik niet helemaal uit de verf kwam. Is dat niet de uitdrukking?
Maar laten we het niet over je manuscript hebben. Het is
grotendeels verdwenen.
Dank je, zei ik zuur.
Ze zuchtte gelaten. Vertel me, wat is het probleem?
Jennifer, zei ik wanhopig, tijdens een leven ontwikkelt zich
iets. Er is een begin en een eind. Daartussenin moet er een
ontwikkeling plaatsvinden. Jouw belevenissen spelen zich steeds
in de zelfde tijd af. Wat kan ik daarmee?
In dezelfde tijd, vroeg ze. Wat bedoel je?
Wat ik vertellen moet, zijn voorvallen, gebeurtenissen. Je leven
is niets dan een aantal momenten, er is geen verband. Ik
herinner me vele momenten. Maar geen enkel moment doet er
eigenlijk iets toe. Tenminste, niet als je wilt dat ik je
levensverhaal vertel.
Bestaat een leven dan niet uit momenten, vroeg ze. Het ene volgt
uit het andere.
Maar jij blijft even oud, zei ik.
Ik begrijp je niet, zei Jennifer geërgerd.
Wel, hoe oud was je vijftig jaar geleden?
Tussen de veertig en vijftig, zei ze
En hoe oud ben je nu?
Tussen de .. Oh, dat. Dat is toch geen probleem? Ik ben gewoon
wie ik ben.
Heb je nog meer dodelijke opmerkingen, vroeg ik kregelig.
Ze werd boos. Ze sloeg met haar hand tegen haar knie. Dodelijk,
riep ze. Wil, ik leef en ik wil blijven leven! En ik wil dat je
mijn momenten opschrijft. Als mijn leven daaruit bestaat, dan is
dat zo. Het is me genoeg. Zo wil ik herinnerd worden.
Door wie, vroeg ik kwaad. Vertel me, door wie?
Willen sterven met jou
De oude pos van San Sebastian was ruim vijfentwintig meter diep. Ik zette
mijn been op de brede rand van de put en boog voorzichtig voorover. Ik zag
nog net hoe een leguaan over een richel van de rotsige wand kroop en in een
spleet verdween. Ik boog nog iets verder en zag water. Zwart water. Op een
smalle plank die van wand tot wand reikte lag nog een leguaan. Hij zwiepte
met zijn staart en knikte met zijn kop op en neer. Hoe komt het beest erin,
vroeg me af, en hoe komt hij er weer uit?
In het water bewoog iets. De leguaan op de plank draaide zich om. Ik
verbaasde me over de lenigheid van het grote beest. Hij maakte een sprong en
plonsde in het vuile water.
De putten werden vroeger met de hand gegraven. In de nacht. Overdag was het
te warm in de nauwe diepe ruimte. Ik dacht aan zwetende mannen met schoppen,
pikhouwelen en machetes die ploeterden tussen de rotsen, en de brokken die
uiteengevallen moesten zijn en hen bij het graven gehinderd moesten hebben.
Ik zag mannen aan de rand met fakkels, olielampen, touwen en emmers om de
brokstukken op te hijsen. Ik hoorde hun stemmen. Het roepen naar de mannen
beneden, die zich het zweet van hun vuile gezichten veegden en vroegen om
drinkwater.
Nu lag de put stil en verlaten in de ondoordringbare mondi. Ik had een pad
gehakt langs de stekelige struiken, langs cactussen en onder de wabi’s
waarvan de grote scherpe doornen dwars door de zolen van mijn schoenen
staken. Keer op keer had ik moeten stoppen met hakken om voorzichtig steun
te zoeken voor één hand om met de andere hand een stekel uit mijn zool te
trekken. Schijfcactussen hadden zich aan mijn kleren gehecht en ik was vele
malen met een arm en met mijn hoofd blijven hangen achter de tentakels van
de palu di leche, een melkgevende wurgplant die, slingerend om stammen en
takken, bomen in zijn wurggreep nam en langzaam doodde. De rubberplant was
ingevoerd op het eiland om rubberplantages te stichten, maar de plant was te
bewerkelijk en leverde kennelijk te weinig op. Men had het idee van
rubberwinning verlaten en de plant had zich vrijelijk over het eiland
verspreid. Hij woekerde onstuitbaar voort.
Ik had op mijn kruip-buk-springwandeling naar de put nog eens goed naar de
palu di leche gekeken. Ik kreeg rillingen van de plant. Ik vond het
griezelig te zien hoe de palu di leche de vorm aannam van de plant die
overwoekerd werd. Slingerend om dikke stammen en takken maakte hij zich even
dik. Wond hij zich om dunne takken, dan was hij dun. Ik had een tijdje stil
gestaan bij het geitenhek dat een deel van de mondi omsloot. Daar kreeg ik
plotseling het gevoel midden in een horrorverhaal te zijn geraakt. Het
geitenhek bestond uit grote vierkanten van ijzerdraad. De palu was daar
bijna onzichtbaar. De plant was even dun als het gaas. Hij volgde strak en
precies de loop van het hek. Deze lange, rechte uitloper van de plant was
niet te onderscheiden van het ijzer. Hij vervolgde zijn moordende reis in de
vorm van een flinterdunne draad, die nauwelijks was waar te nemen en werd
weer dikker toen hij een tak, op wel drie meter van het hek, in de omhelzing
had. Bij de stam was hij vuistdik. Uit de door mij eerder gesnoeide, nu
doodlijkende resten van de plant, hingen talloze draden neer beneden,
tastend naar een plek op de vaste grond, om zich daar te hechten en van
daaruit nieuwe spruiten op een dodelijke reis te zenden. Een netwerk van
zeer fijne wortels krioelde vlak onder de oppervlakte.
De leguaan die in de rotsspleet verdwenen was kwam terug en gleed het water
in. Ik raapte een stokje op en wierp het in de diepte. Er volgde een hevig
gespetter en zwiepen van staarten. Het water golfde wild en de plank wipte
op en neer. Opeens was het rustig. Alleen de plank schommelde nog wat na. Ik
raapte een steentje op en liet het vallen. Ik hoorde de zachte plons. Maar
de leguanen hadden kennelijk genoeg van het spel. Ze hielden zich stil en
lieten zich niet meer zien.
Ik had er ook genoeg van. Ik was teleurgesteld, boos, voelde me verloren.
Het vuile water onderin de put deed me denken aan mijn manuscript. Praat me
niet van in het water vallen, zei ik geërgerd tegen de leguanen in de put.
Er kwam geen echo terug en leguanen zijn doof.
Het is lastig, mopperde ik tegen mezelf, als je hoofdfiguur zich met je
verhaal bemoeit. Ik had het allemaal op een rijtje, komt zij ertussen en
daar gaat mijn verhaal! Ik wou dat ik haar nooit bedacht had. Werkelijk, die
Jennifer, dat is een brutaaltje. Ze verdraait mijn woorden, maak teksten
zoek, of vult zelf een blaadje. Alsof het niet míjn verhaal is!
Ik liep terug naar huis, bukkend, doornen ontwijkend en voorzichtig over
schijfcactussen stappend. Hier en daar zag ik een uitloper van een palu di
leche, die ik kwaad van de boomtakken rukte. Het was een gevecht zonder
einde. De schijndode afgeknipte stukken van de plant zouden binnen enkele
maanden weer uitlopers krijgen. Ragdunne draden zouden aarde vinden en
doorgroeien, ondergronds en bovengronds, op weg naar nieuwe slachtoffers.
Ergens, achter vele deurtjes op een kier, diep onderin mijn bewustzijn,
drukte zich een overeenkomst door mijn grijze massa. Ik wist niet of ik er
hoop uit kon putten, of .. mijn schrijfselen waren uiteengewaaid, gescheurd,
verdwenen in het water. De paar leesbare, gevlekte stukken tekst boden me
weinig houvast, misschien genoeg om enkele herinneringen op te roepen. Maar
mijn verhaal, het hele verhaal, zou opnieuw tot leven moeten komen en
tastend naar vaste grond, moeten groeien naar ..
Daar loopt de vergelijking mank, dacht ik. Als ik iemand moet wurgen, is dat
Jennifer.
Ik weet dat zij het anders bedacht had, maar ik liet Jennifer naar het meer
hollen. Mijn manuscript achterna.
|
|