balverlies
bier
bij het raam
heem
koperen ploert
Schottegat
suikerdiefje
voorbij de vlucht
zoutpannen
terug naar
gedichten
ingezonden
gedichten
|
balverlies
vorig jaar nog
speelde zij met de kinderen mee
op blote voeten
trappen
tegen de zachte bal
ze voelde zelfs even de opwinding
van vroeger
van buitenspelen tot donker
en de vaart van de wind
in haar oren
ze deed slalom tussen de palmen
en een kopbal in het doel
- twee stukken koraalsteen, waarover
de kleinste speler gevallen is
zij wreef het rode knietje
en drukte honderd kusjes -
jagen, dekken, kruispassen
een passeermanoeuvre
een kromme bal
een sliding in het fijne zand
alles zonder handen
maar nu
in de greep van haar lichaam
kijkt ze toe
hoe twee vaders – de één kort en dik,
hij lacht zich kinderblij krom –
de ander lang en dun – hij rent zich
zandvoeten van zijn lijf -
met machograagte hun zoontjes
bevechten om het balbezit
zit zij
op een stuk koraalsteen
zitten blijft ze
de aanrollende bal tot vlakbij
haar lakse lijf weet
dat ze de bal niet pakken kan
eer de aanhollende man
wrijft het zand in haar ogen
|
|
|